
Een visserman vertrekt naar zee en neemt afscheid van zijn lief. Maar zijn schuit komt nooit meer terug. Zijn lief blijft volhardend op hem wachten en op een nacht krijgt zij bezoek. Kees schreef een tekst op de melodie van de Engelse folksong ‘Night Visiting Song’.
VISSERSBALLADE
Je hoort de klokken in het dorp achter de duinen
’t is verder stil in Egmond aan de zee
Een jonge visser kust zijn lief ten afscheid
hij neemt haar zorg en liefde met zich mee
In ’t grijze water van de brede Noordzee
belandt zijn schuit in een zware storm
de jonge visser en de hele bemanning
zij komen in de woeste golven om
Daar op het strand staat een jonge vrouw te wachten
ze staart al dagen naar de horizon
en zij beseft na twee lange weken
– – mijn visserman komt nooit weerom
intermezzo
De jonge vrouw dan ligt in haar bed te woelen
door ’t noodweer kraken de luiken en de deur
ze denkt dan ook een zacht geklopt te horen
en ruikt half in haar slaap een zilte geur
Slaapdronken loopt ze dan naar het venster
ze ziet een schim in het vage licht
begrijpt niet wat er nu lijkt te gebeuren
en houdt daarom van schrik het raam nog dicht
Dan klopt hij nog eens: “laat mij toch binnen
ik ben je liefste, ’t is buiten guur”
vol vreugde doet zij dan het venster open
en zij beminnen elkaar tot ’t morgenuur
intermezzo
In de vroege ochtend begint een haan te kraaien
de visser zegt: “liefste, ik moet gaan”
Ze kussen en de vrouw blijft eenzaam achter
– – in haar verwarde ogen glimt een traan
