
Kees: “toen er bij Egmond grote stukken bos werden gekapt sneed me dat door de ziel. En naar aanleiding daarvan heb ik de volgende tekst geschreven, en daar heeft Timon een muzikale rapsodie bij gemaakt (in blue).”
De schrik slaat me om het hart:
ze zijn weer begonnen
Ik hoor in de verte
de kettingzagen janken
en monotoon gedreun van grijpers en
buldozers
Ik durf niet te gaan kijken,
naar wat heeft moeten wijken
het duurt twee weken lang
voordat ik me verman
Wanneer ik er langs loop
zijn de rijplaten weg,
en langs het pad liggen de
dennenstammen opgestapeld
De stobben van de ontzielde bomen
vormen een desolaat kerkhof
Ik zal hier voorlopig niet meer komen
want ik voel me na het zien van elke zerk dof
En ’s avonds dwalen spookwezentjes
tussen de staketsels
wezenloos en leeg voor zich uitstarend . . .
Hun klaagzangen verwaaien
in de gure wind
het bos is naar de haaien,
een schim ooit zo bemind
Maar na twee jaar, wie had dat gedacht
Voel ik me vrolijk, onverwacht
Want ‘k zie de esdoorns en de berken groeien,
Wat heeft de natuur een kracht!