Stille Ochtend*

Kees had laatst een droom, een nachtmerrie. Dat laat zich lastig uitleggen. Dus kan hij er beter over zingen. Laat je meevoeren op de golven van zijn droom.

Ik slenter in m’n eentje
over het brede strand
M’n oog nog opgezwollen, m’n arm in het verband
Ik loop over een zandbank en denk terwijl ik draal
Het strand dat lijkt wel breder, veel breder dan normaal

Oja, dan gisteravond, ’t ging helemaal niet goed
Veel alcohol en ruzie, naar de eerste hulp , met spoed
Er is niemand te bekennen, alleen een verre meeuw
Geen wind en nauw’lijks golven, ’t is rustig …
en ik geeuw

Ik struikel over ijzer,
‘t karkas van een oude boot
Die heb ik nooit gezien hier, wat is dat strand toch groot
De zee begint te wijken, hij trekt zich lijkt wel terug

M’n arm begint te jeuken en ik voel steken in m’n rug
De sfeer is onheilspellend, iets verder krijst de meeuw
Ik voel m’n hoofd nu bonzen, zodat ik bijna schreeuw
En er klink een dof gerommel, dat nu steeds meer aanzwelt
Ik zie een muur van water, die komt met veel geweld

Ik laat me nu maar drijven
het zwemt niet met één arm
M’n ogen zijn gesloten, wat is dat water warm
Het trekt me naar de diepte, ik denk, dat was het dan
Geborrel in m’n oren en in m’n hersenpan

Ik krijg nu echt geen lucht meer, ’t wordt wazig in m’n kop
Vaarwel nu, rare wereld, voor mij houdt het nu op
Coda