
We kwamen een prachtig gedicht tegen van M. Vasalis. Zij maakte een rit met de bus over de afsluitdijk, die er toen in 1940 net een jaar of 8 lag. Stel je voor: het is avond en je zit in de bus, je rijdt over die eindeloze dijk van Friesland naar Noord-Holland, het geluid van de wielen, het gedreun van de motor, de eentonigheid van het uitzicht. En dan zie je in de spiegeling van de ruit jezelf én die eindeloze wereld om je heen.
De bus rijdt als een kamer door de nacht
de weg is recht, de dijk is eindeloos
links ligt de zee, getemd maar rusteloos
En buiten, een kleine maan schijnt zacht
Vóór mij met shawl en dikke kragen
twee verliefden, die stil en zachtjes gapen
even later op elkanders schouder slapen
En buiten, een kleine maan schijnt zacht
Dan zie ik plots _ als waar ’t een droom, in ’t glas
ijl en doorzichtig aan ons vastgeklonken
soms duidelijk als wij _ dan weer in zee verdronken
Het gras … snijdt dwars door de verliefden heen
daar zie ik ook mezelf alleen
alleen mijn hoofd daar boven het watervlak
ik lijk wel een kleine zeemeermin
Er is geen einde en er is geen begin
aan deze tocht geen toekomst geen verleden
alleen dit wonderlijk . . . gespleten . . . lange heden
Intermezzo
De bus rijdt als een kamer door de nacht
de weg is recht, de dijk is eindeloos
links ligt de zee, getemd maar rusteloos
En buiten, een kleine maan schijnt zacht
Er is geen einde en er is geen begin
aan deze tocht geen toekomst geen verleden
alleen dit wonderlijk . . . gespleten . . . lange heden
We zijn zo brutaal geweest om de tekst van dit mooie en beroemde gedicht een klein beetje aan te passen om het ‘zingbaar’ en meer eigentijds te maken. Op veel plaatsen op internet (zie bijv. Poetry International) vind je het originele gedicht.