
Je kunt boos worden over een dopje dat ontbreekt op de tube tandpasta. Maar Timon wordt helemaal niet boos, nee, is de rust zelve. “Dus toen we een lied over boosheid gingen maken, had ik een probleem. Ik moest op zelfonderzoek. Luister.”
Ik ben niet boos, ik ben niet boos, ik ben helemaal niet boos
maar nu kan ik er soms gewoon even niet meer tegen
Ik ben niet boos, ik ben niet boos, ik ben helemaal niet boos
maar krijg allemaal de pleuris, Tyfus, tering, en m’n zegen
Bij de supermarkt . . . wil ik parkeren,
ik heb haast . . . maar ik moet nu al weer keren,
want alles is vol
daar zie ik een plaatsje
kruipt iemand me voor, ach
dat kan toch gebeuren . . . LUL!
ik ben niet boos, ik pluk een roos
’t is lente, en ‘t is een mooi zonnig weekend
we hebben een lekkere fietstocht gepland
maar ’t schiet in m’n rug
en ik lig op de bank
ik kan geen kant op, ach
dat kan toch gebeuren . . . SHIT!
ik ben niet boos, ik pluk een roos
Refrein
Vorige week wilde ik gaan kamperen
gewoon met een tentje en niets reserveren
maar camping na camping
ja alles was vol
Ach prop je d’r tussen
Ja doe me een lol . . . DONDER OP!
ik ben niet boos, maar argeloos
Refrein
En gister: ik zat in de tuin op het gras
parasol, kopje koffie, ik was in m’n sas
maar vliegtuig na vliegtuig
vloog over m’n huis
‘k werd gek van die herrie
En ze MOGEN NIET KRIMPEN! I-DI-OOT!
ik ben niet boos, maar hopeloos (moedeloos, radeloos, argeloos)
Ik ben niet boos, ik ben niet boos, ik ben helemaal niet boos
maar nu kan ik er soms gewoon even niet meer tegen _
Ik ben niet boos, ik ben niet boos, ik ben niet boos, ik ben niet boos
maar krijg allemaal de pleuris, tyfus, tering en m’n zegen