
De liefde, ah, wat is het toch mooi om ’s avonds met je liefje onder een appelboom te liggen. Samen, en toch helemaal alleen. Als dat niet romantisch is?
Terwijl de spreeuwen kwetteren in de kroon
Lig ik met jou onder de appelboom
En streel ik zachtjes je gezicht
Hier in dit koele zoete avondlicht
Kom! Dat ik jou bemin en streel
Je huid zo zachtjes als fluweel
Je verwarmt me in de avondkou
En alles is alleen van mij en jou
Tussen de bladeren, tussen het loof
Vol ondeugend hemels ongeloof
Als Eva lig je, onbedekt
En als Maria ben je onbevlekt
Dan valt een appel naast ons op de grond
De adem stokt, we kijken in het rond
De haren overeind, zijn we betrapt,
zijn we gehoord, gezien . . . gesnapt?
Een appel valt er uit de boom
Vernietigt in één klap onze mooie droom
Verstoort de roes, maakt het moment kapot
Zet onze hartstocht weer op slot
Verstoort de roes, het moment kapot
En onze hartstocht weer op slot